📖 Spiekboekje — zoek een regel of vorm op

Je ziet enkel de onderdelen die je leerkracht of ouder openzette. De voorbeelden gebruiken jullie eigen woordenschat.

Je leerkracht zette nog geen grammatica open — daarom is het spiekboekje nog leeg.

Lidwoorden

mannelijkvrouwelijkvoor klinker/hmeervoud
bepaald (de/het)lelal'les
onbepaald (een)ununeun / unedes

Deelaanduidend lidwoord — "wat / een beetje"

mannelijkvrouwelijkvoor klinker/hmeervoud
dude lade l'des

Na een hoeveelheid (beaucoup, un peu, un kilo …) gebruik je altijd de / d'.

Samengetrokken lidwoord

+ le+ la+ l'+ les
à (naar/te)auà laà l'aux
de (van)dude lade l'des

Meervoud

Meestal: + s (die je niet hoort). Woorden op -eau/-eu → + x; op -al → -aux; op -s/-x/-z blijven gelijk.

Bijvoeglijk naamwoord — overeenkomst

Vrouwelijk: meestal + e (grand → grande). Meervoud: + s. Het bijvoeglijk naamwoord past zich dus aan het zelfstandig naamwoord aan (m/v én enkelvoud/meervoud).

Persoonlijke voornaamwoorden (onderwerp)

enkelvoudmeervoud
je (j')iknouswij
tujijvousjullie / u
il / elle / onhij / zij / menils / elleszij

Bezittelijke voornaamwoorden

mannelijkvrouwelijkmeervoud
mijnmonmames
jouwtontates
zijn/haarsonsases
ons/onzenotrenotrenos
jullievotrevotrevos
hunleurleurleurs

Voor een klinker altijd de mannelijke vorm: mon école. Bij notre / votre / leur is mannelijk en vrouwelijk gelijk — enkel het meervoud verandert (nos / vos / leurs).

Aanwijzend voornaamwoord (deze/die/dit/dat)

mannelijkmannelijk + klinker/hvrouwelijkmeervoud
cecetcetteces

Beklemtoonde voornaamwoorden

moi ik · toi jij · lui hij · elle zij · nous wij · vous jullie · eux / elles zij (mv.)

Na woorden als avec, pour, chez en vooraan om te benadrukken: Moi, je …

Lijdend voorwerp (hem/haar/het/ze)

le (m) · la (v) · l' (voor klinker) · les (mv) — vóór het werkwoord: Je le vois.

Ontkenning

ne … pas staat rond de persoonsvorm: Je ne mange pas. Voor een klinker wordt ne → n'. Ook: ne … plus (niet meer), ne … jamais (nooit).

Lidwoordregel: na de ontkenning wordt un / une / du / de la / des → de (d' voor een klinker). Bepaalde lidwoorden (le/la/les) blijven staan.
Uitzondering: na een vorm van être verandert er niets: Ce n'est pas une pomme.

Vraagzinnen

Ja-neevraag met intonatie: zin + ? met stijgende toon (Tu manges une pomme ?).

Ja-neevraag met Est-ce que … ? (Est-ce qu' voor een klinker).

Vaste inversievragen: Quelle heure est-il ? · Quel temps fait-il ?

Vraagwoorden: qui wie · quoi/que wat · quel(le) welk(e) · waar · quand wanneer · comment hoe · combien hoeveel · pourquoi waarom

c'est / ce sont

Enkelvoud → c'est; meervoud → ce sont.

Werkwoorden — tegenwoordige tijd (-er)

Stam = infinitief zonder -er. Uitgangen: -e, -es, -e, -ons, -ez, -ent (je/tu/il hoor je hetzelfde).

persoonuitgangvoorbeeld
je-e
tu-es
il / elle / on-e
nous-ons
vous-ez
ils / elles-ent

Andere werkwoorden en tijden oefen je op de pagina's Werkwoorden en Tijden.

🔎 Zoek het op!

Vijf vraagjes — het antwoord staat hierboven in het spiekboekje. Opzoeken mag (dat is net de bedoeling)!

© 2026 merciboku · info